Pand Theo van Velzen - Alkmaar

Spoelboringen

De boormachine wordt boven het te maken boorgat opgesteld. Er wordt droog voorgeboord tot aan het grondwater met behulp van een avegaarboor. Daarna wordt een stalen mantelbuis in het boorgat aangebracht. Naast het boorgat worden spoelbakken geplaatst. De spoelbakken worden met behulp van een overstort verbonden met de stalen mantelbuis in het boorgat. De spoelbakken laat men vollopen met water van bijvoorbeeld een brandkraan, sloot of waterwagen. Het water loopt via de overstort naar de stalen mantelbuis in het boorgat. Als dit zover is, dan kan met de boring worden gestart.

Met behulp van een spuitpomp wordt het water uit de spoelbakken opgezogen en onder druk in de boorbuizen gespoten. Als het water onder druk van de spuitpomp uit de boorbuizen stroomt, draait men de boorbuizen rond met behulp van een boormotor. Het water spoelt de grond los met behulp van de boorkop. Het losgeboorde materiaal wordt langs de boorbuizen en het boorgat omhoog geperst en komt via de overstort in de spoelbakken terecht. De grond bezinkt in de spoelbakken en het water wordt door de spuitpomp weer opgepompt en in de boorbuizen gespoten. De diameter van de boorkop is afhankelijk van de gewenste diameter van het boorgat. De boorbuizen hebben een lengte van 2,5m en worden met een schroefdraadverbindingen aan elkaar bevestigd. Als het boorgat op de juiste diepte is gebracht kunnen de boorbuizen uit het boorgat worden gehaald. 

Het boorgat moet op overdruk worden gehouden met water. Dit water zorgt voor voldoende overdruk op de wanden en voorkomt dat deze inzakken. Het filter kan geplaatst worden en het perforatiegedeelte kan worden omstort met filtergrind. Eventuele doorboorde klei en veenlagen worden weer afgedicht met zwelklei.