Zuigboringen

De boormachine wordt boven het te maken boorgat opgesteld. Er wordt droog voorgeboord tot aan het grondwater met behulp van een avegaarboor. Daarna wordt een stalen mantelbuis in het boorgat aangebracht. Naast het boorgat worden spoelbakken geplaatst. De spoelbakken worden met behulp van een overstort verbonden met de stalen mantelbuis in het boorgat. De spoelbakken laat men vollopen met water van bijvoorbeeld een brandkraan, sloot of waterwagen. Het water loopt via de overstort naar de stalen mantelbuis in het boorgat. Als dit zover is, dan kan met de boring worden gestart.

Met behulp van een zuigpomp op de boormachine wordt het water uit het boorgat opgezogen door de boorbuizen. Vanuit de boorbuizen gaat de opgeboorde grond en water door de pomp naar de spoelbakken. De grond bezinkt in de spoelbakken en het water loopt via de verbindingsbuis terug in het boorgat. De boorbuizen kunnen ronddraaien met behulp van een boormotor. Aan de onderkant van de boorbuizen zit de boorkop. Deze boorkop bepaald de diameter van het boorgat. De boorkop boort de grond onder de boorbuizen los waarna dit met het water wordt opgezogen. De boorbuizen hebben een lengte van 2,5 meter en worden met een schroefdraadverbindingen aan elkaar bevestigd. Als het boorgat op de juiste diepte is gebracht kunnen de boorbuizen uit het boorgat worden gehaald. 

Het boorgat moet op overdruk worden gehouden met water. Dit water zorgt voor voldoende overdruk op de wanden en voorkomt dat deze inzakken. Het filter kan geplaatst worden en het perforatiegedeelte kan worden omstort met filtergrind. Eventuele doorboorde klei en veenlagen worden weer afgedicht met zwelklei.